Hier dan eindelijk mijn laatste blog post waar velen van jullie op gewacht hebben. We hebben de road trip overleefd en het was fantastisch! Ik had tijdens de trip geen tijd en zin om me met mijn blog bezig te houden. Maar om jullie niet te onthouden van de prachtige 3 weken die wij hebben gehad, volgt hier een beknopte weergave van onze avonturen.
Ons eerste verblijf was natuurlijk in New York, aangezien Rick en Dirk deze stad niet mochten missen en ik er ook nog graag een paar dagen van wilde genieten. We hadden een prachtig luxe hotel in het centrum geboekt (Roosevelt Hotel) en de eerste avond hebben we meteen de bar op de bovenste verdieping van het hotel bezocht. Het was erg exclusief op een dakterras op de 19e verdieping met allemaal mensen in gala. Genietend van de eerste pilsners en cocktails hadden we een geweldig uitzicht op Manhattan by night. De vakantie begon goed!

De lobby van het Roosevelt Hotel
De andere dagen hebben we de highlights van New York bekeken en zijn we veel uitgeweest. Vooral Greenwich Village was een erg gezellige buurt met veel mooie barretjes, waaronder “Cafe Wha?” waar onder andere Bob Dylan en Jimi Hendrix hun carrière min of meer begonnen. Ook een dure R&B club mocht niet ontbreken. Dit was echter niet helemaal ons ding en we waren dan ook snel weer weg. Jammer voor de $20 entree, maar wel leuk om dat ook een keer gezien te hebben. We zijn ook nog een avond naar het Yankee Stadium geweest voor een potje baseball. Het nieuwe stadion, dat tegenover het oude is gebouwd, was erg indrukwekkend: super modern en voorzien van een groot beeldscherm. Jammer genoeg was de wedstrijd erg saai, maar de winnende homerun in de laatste slagbeurt van de Yankees maakte een hoop goed: het stadion ontplofte!

Vrijheidsbeeld

Avondje Greenwich Village
De laatste dag gingen we op ons gemak richting JFK Airport om de binnenlandse vlucht naar San Diego te pakken. Iets teveel op ons gemak uiteindelijk, want de taxi bleek toch niet zo’n verstandige keuze te zijn. Na bijna 1,5 uur in de file te hebben gereden, waren we 5 minuten te laat met inchecken en hadden we dus onze vlucht gemist. Gelukkig konden we via Chicago vliegen, maar deze vluchten waren ook volgeboekt, dus werden we op stand-by gezet. We moesten 2 keer tot 5 minuten voor vertrek wachten om te horen of we meekonden. We hadden beide keren geluk en uiteindelijk waren we 3 uur later dan gepland in ons hotel Ramada Plaza in San Diego. Het heeft ons uiteindelijk geen geld gekost, maar wel een hoop stress. We hebben nog wat gedronken in een afgezaagde karaoke bar bij het hotel en zijn toen gaan slapen (er was ook nog eens 3 uur tijdsverschil met New York).

De route van onze 4400 km lange road trip
Bij het vliegveld hadden we de vorige dag al onze gehuurde auto opgehaald en konden zo onze eerste dag aan de westkust genieten van de mooie stad San Diego. We reden eerst naar een Wal Mart voor de noodzakelijk inkopen, toen naar wat mooie plekjes van de stad, we aten wat bij Hooters aan Pacific Beach en eindigden heerlijk voldaan in de spa van ons hotel met een biertje. ’s Avonds was het tijd om uit te gaan in het Gaslamp Quarter, waar veel barretjes en restaurants waren. De avond eindigde met een limo rit naar een dure club, waar we ons nog tot in de late uurtjes hebben vermaakt.

Uitzicht op de baai van San Diego

In de limo op weg naar een club
De volgende dag hebben we eerst onze auto ingewisseld, omdat de Ford Flex niet helemaal de ‘coolheidsfactor’ had, die wij voor ogen hadden. Nadat een Hummer en Escalade jammer genoeg niet doorgingen, omdat deze in San Diego teruggebracht moesten worden, viel de keuze op een splinter nieuwe Chevy Traverse. De auto reed perfect, was van alle gemakken voorzien en zag er ook nog eens prima uit. We gingen met de nieuwe auto op weg naar Old Town: een oude Mexicaanse buurt met allerlei oude winkeltjes en bezienswaardigheden. We kwamen uiteindelijk terecht in een winkel waar geweren, revolvers, munitie, en sigaren te koop waren. We besloten om toch maar geen revolver mee naar huis te nemen en na een sigaar met wat locals te hebben gerookt liepen we met een kistje exclusieve sigaren de deur uit. Die kwamen goed van pas voor de rest van de vakantie!

Onze Chevy Traverse

Old Town

Fijn sigaartje
’s Middags zetten we koers naar “The City of Angels”: Los Angeles. Het was op de wegen rond en in LA ontzettend druk. Op de 6-baanswegen was er bijna geen doorkomen aan en we kwamen dan ook later dan verwacht aan in ons hotel Crowne Plaza in Beverly Hills. We besloten om die avond wat te gaan eten in de buurt en dan op de kamer wat te gaan kaarten. 23 avonden lang uitgaan was niet echt de planning en ons budget was ook redelijk geslonken na New York en San Diego. Voor de volgende dag hadden we kaartjes voor het pretpark Six Flags dat een uurtje rijden van LA was. Het park was enorm groot en er waren onvoorstelbare achtbanen, maar door de hitte en de drukte ging de lol er snel af. Toen Rick na 2 uur wachten ook nog eens een halve inch te groot was voor de achtbaan, besloten we om de auto te pakken en naar Santa Monica te rijden. Deze kustplaats staat bekend om Muscle Beach waar Baywatch is opgenomen. Daarna zijn we via Mulholland Drive, waar je een prachtig uitzicht op de stad hebt, teruggereden naar het hotel. Na weer een rustig avondje moesten we de volgende morgen het hotel uit en zijn we Hollywood nog wezen verkennen. Naast de ‘Walk of Fame’ en de drukte van Hollywood boulevard was dit niet echt spectaculair. Tijd om dus verder te rijden naar de volgende bestemming: Santa Barbara.

Onvoorstelbare achtbanen in Six Flags

Muscle Beach in Santa Monica: bekend van Baywatch

Uitzicht op LA vanaf Mulholland Drive

Uiteraard was onze held ook vertegenwoordigd op The Walk of Fame
We hadden voor de 4 nachten tussen LA en San Francisco geen hotel geboekt om op de route langs de kust te kijken waar we lekker konden blijven. Toch waren we er snel over eens dat een paar dagen Santa Barbara wel heel relaxed zou zijn. We hebben daarom ‘last-minute’ 2 hotels geboekt en hebben heerlijk in Santa Barbara van de zon genoten en lekker overdag rustig aan gedaan aan het zwembad. ’s Avonds zijn we nog een aantal keren naar de erg gezellige State Street geweest, met veel Mexicaanse restaurantjes en volle barretjes.

Op weg naar Santa Barbara kwamen we langs Malibu

Vanaf ons balkon keken we op de tuin en het zwembad

Voor Rick was het moeilijk om een bar in te komen
Toen we na een paar dagen weer helemaal opgeladen waren, begonnen we aan de rit van Santa Barbara naar San Francisco via de prachtige US Route 101. Deze weg loopt in zijn geheel langs de kust van California en brengt je met veel haarspeldbochten langs adembenemende uitzichten en steile afgronden. We zijn bij verschillende plaatsen uitgestapt om te genieten van prachtige uitzichten, met name de ‘Big Sur’ was echt fantastisch om te zien.

US Route 101 was erg mooi

De Big Sur
In San Francisco was het al donker toen we aankwamen bij het 4-sterren Hilton Hotel, waar we goedkoop een kamer hadden geboekt. Dit hotel zat midden in het centrum en had naast 3 hoge torens een grote, luxe lobby, een restaurant op de 46e verdieping met uitzicht over de stad en veel luxe vertrekken. De kamer viel wel wat tegen, maar dat mocht de pret niet drukken. De eerste dag hebben we de ‘49 miles Scenic Drive’ route door de stad gereden. Deze bracht ons langs de highlights van San Francisco, zoals Chinatown, Golden Gate Park en Fisherman’s Wharf, waar we uit zijn gestapt om wat rond te kijken en te eten. Het was relatief koud in San Francisco (rond 20 graden) en de heuvelachtige stad is voor het grootste deel in wolken gehuld. Ook de bekende ‘Golden Gate Bridge’ stond continue in de wolken. Dit komt door luchtstromen die van zee en land samenkomen, hebben we ons laten vertellen. Eind september begint er de echte zomer pas en dan wordt het wel warmer met temperaturen van rond de 30. ’s Avonds gingen we op zoek naar de barretjes, maar in de Haight Street (die ons werd aangeraden) kwamen we niet veel verder dan een rustige Irish Pub.

De lobby van het Hilton Hotel in hartje San Francisco

Uitzicht vanaf de bovenste verdieping van het Hilton

Fisherman's Wharf met restaurants en winkeltjes

Pier 39 ligt altijd vol met zeeleeuwen

Chinatown waar 100.000 Chinezen wonen en de helft geen Engels spreekt
De 2e dag hadden we het gevangeniseiland Alcatraz in de planning staan. Er was iets misgegaan met de geplande datum op onze tickets, waardoor we opnieuw op stand-by werden gezet. Gelukkig waren we op tijd voor de eerst veerpont en konden we mee. Op het eiland kregen we een MP3 speler met audio-tour door het complex. Het was erg gaaf om rond te lopen en de verhalen te horen van hoe het er daar vroeger aan toe is gegaan. Na terugkomst hebben we de auto gepakt en zijn we de Golden Gate Bridge afgereden. Aan de andere kant van de brug zijn we bij een aantal punten gestopt waar we een goed zicht op de brug hadden. De wolken waren even verdwenen waardoor we de brug in zijn geheel konden zien en een paar mooie foto’s hebben kunnen maken. De laatste avond kwamen we eindelijk in een straat terecht waar veel restaurants, barretjes en clubs te vinden waren: Polk Street. In een druk café ingericht als schip hebben we ons verblijf in San Francisco goed weten af te sluiten.

Alcatraz

Het cellencomplex van Alcatraz

Golden Gate Bridge
Na bij het Hilton uitgecheckt te hebben, gingen we met de auto over de Oakland Bay Bridge (6 km lang) landinwaarts richting het National Park Yosemite. Op de route kwamen we door allerlei verschillende landschappen en langs een groot water reservoir. Eenmaal het park binnen keken we onze ogen uit: prachtige bergen, riviertjes, meertjes, watervallen en bossen. We verbleven in Yosemite Village dat bestond uit een camping met eetgelegenheden en een winkeltje. In onze auto of tent mocht geen voedsel blijven liggen, omdat dit beren aantrok. Alles waar geur van afkwam, moest in een speciale ‘bear locker’: dit was gewoon een open locker voor onze tent, die dus gezellig de beren alsnog aantrok. We hebben ’s avonds maar flink wat moed ingedronken om zonder zorgen te kunnen slapen in onze tent, omringd door naar voedsel ruikende lockers.

Op weg naar Yosemite kwamen we langs het San Luis Reservoir

Eén van de vele watervallen in Yosemite National Park

Flink het gas erop dus
De volgende dag hebben we een flinke bergwandeling gemaakt naar het Glacier Point, waar we een mooi uitzicht hadden op de vallei. De route bracht ons na 7 km bergop lopen ongeveer 1000 meter hogerop. Na boven wat uitgerust te hebben, wilden we met de shuttle bus terug, maar we waren net te laat voor de laatste bus van 16:00 uur. Teruglopen via de wandelroute trokken we echt niet meer en de auto route zou ook minstens 2 uur lopen zijn, dus zat er niets anders op dan liften. Gelukkig was er een Amerikaans gezin bereid om mij mee te nemen naar onze auto in de vallei (ritje van 45 minuten). Dirk en Rick konden iets later met twee Nederlanders mee, dus hoefde ik ook niet helemaal terug de berg weer op. ’s Avonds hebben we ons weer vermaakt met een potje kaarten voor de kampwinkel. Onze koelbox gevuld met ijs en bier voorzag in onze behoeften van die avond, die door Rick nog werd afgesloten met een heuse herten-foto-jacht.

Yosemite Valley

Mooie panorama's tijdens onze bergwandeling

Erg hoog

Het was niet verstandig om van het pad af te wijken

Bijna boven liepen we door een bos met grote bomen

In ruim 2 uur waren we boven op het Glacier Point
Na 2 nachten gingen we verder via Bodie naar Death Valley. Bodie is een spookstadje waar de gebouwen nog staan zoals in 1859 toen er goud werd gevonden: het leek net alsof we in een Western film rondliepen. We hadden jammer genoeg niet veel tijd om alles goed te bekijken, omdat we nog een flinke rit voor de boeg hadden richting Death Valley. De route naar Death Valley was ook weer heel bijzonder. We reden eindeloos lange wegen, door uitgestrekte kale vlaktes met in de verte hoge, rotsige bergen. Heel af en toe kwam er een tegenligger voorbij (meestal een grote Amerikaanse truck), maar over het algemeen leek het alsof we echt alleen op de weg waren. We knepen ‘m ook nog even toen onze tank leeg begon te raken, er al mijlen lang geen telefoon bereik was en het dichtstbijzijnde tankstation 40 kilometer verderop was. Gelukkig konden we net voor Death Valley in Beatty tanken en reden we niet veel later Furnace Creek binnen, waar we 1 nachtje zouden overnachten. Toen we uit de auto stapten merkten we pas hoe warm het buiten was: 45 graden! En het was al 23:00 uur. De barman van het resort vertelde ons dat het overdag 50 graden werd en het ’s avonds niet meer afkoelde dan 5 graden.

Oude kar in Bodie

Benzinepomp met oude vrachtwagen

In de huizen waren spullen gewoon achtergelaten

Bodie lag in een prachtig landschap

Eenzame wegen op weg naar Death Valley
Na een lekker nachtje slapen met de airco op volle toeren, gingen we op weg naar de trekpleisters van Death Valley: Dante’s View (bergtop met uitzicht op de vallei), Zabriskie Point (vreemde duinen), Artist Drive (mooi weggetje door vreemde rotspartijen), Artist Palette (rotspartij met allerlei kleuren), Devil’s Golf Course (droge vlakte met alleen maar hobbels) en Badwater (diepste punt van Amerika). Het was buiten echt ontzettend warm en het leek wel alsof we telkens vanuit de koele auto een oven instapten. Meestal bleven we ook niet langer dan 20 minuten buiten, om daarna weer de auto in te duiken en water te drinken.

Uitzicht op Death Valley vanaf Dante's View

Zabriskie Point

Artist Drive

Artist Palette

Devil's Golf Course

Badwater: de laagst gelegen plek in Amerika (85,5 m onder zee niveau)
We reden bij het plaatsje Shoshone Death Valley uit op weg naar onze volgende bestemming: Seligman. Dit kleine plaatsje ligt aan de historische Route 66 en heeft naast veel souvenir winkeltjes een aantal restaurants en 1 bar: The Black Cat. We aten eerst wat bij het Roadkill Cafe, dat als slogan had: “You Kill It, We Grill It”. Daarna gingen we eens een kijkje nemen bij The Black Cat en dat liep uit op een ontzettend gezellig avondje met de lokale bevolking en de nodige shotjes. Toen we de tent uit werden geveegd, was het slechts 1 adresje verder lopen naar ons motel, waar we na een afsluitende sigaar ons nest in doken.

Souvenir winkel in Seligman aan Route 66

Roadkill Cafe: "You Kill It, We Grill It!"

De enige bar in Seligman: The Black Cat
Het laatste park dat we aandeden, was de Grand Canyon. Eenmaal ingecheckt reden we naar verschillende ‘vista points’ waar je prachtig uitkeek op de enorme kloof: ongelofelijk mooi. Bij zonsondergang werd alles nog eens prachtig rood gekleurd en kon je de zon letterlijk zien ondergaan aan de horizon. ’s Avonds zijn we op tijd gaan slapen, want de volgende dag hadden we een helikopter toer over de Grand Canyon en daar moesten we vroeg voor op staan. Na een instructievideo en wat laatste aanwijzingen, zaten we rond 8 uur in de lucht met 3 andere personen en de piloot. Eerst gingen we een stuk over bosrijke vlaktes, daarna kwam opeens de Grand Canyon onder ons tevoorschijn en hebben we genoten van de in totaal 50 minuten durende vlucht over de ongelofelijk grote canyon (435 km lang, 1600 meter diep, 15-29 km breed).

Daar zit je dan bij de Grand Canyon

Ongelofelijk groot

De zonsondergang kleurde de rotsen rood

Je kon de zon letterlijk zien ondergaan

De heli waarmee wij met 3 anderen en een piloot over de Canyon vlogen

Vanuit de heli kon je pas goed zien hoe groot het was
Als afsluiter van de vakantie verbleven we 4 nachten in Las Vegas. We reden vanaf de Grand Canyon weer via Seligman, over de Route 66 en over de Hoover Dam, toen we in de verte de stad voor ons zagen opdoemen tussen de kale bergen en woestijn vlakte. Eenmaal op de Central Strip keken we met open mond naar alle pracht en praal, de luxe hotels, volgepakte casino’s en dronken mensen, die met enorme cocktails over straat liepen. Toen we uiteindelijk bij ons hotel aankwamen was de droom compleet: het Venetian kon je met recht een 5-sterren hotel noemen. Alles was van buiten en binnen tot in het fijnste detail perfect, onze auto werd voor ons geparkeerd, de lobby was oogverblindend mooi en alles was afgewerkt met marmer en goud. Op de derde verdieping was ook nog eens half Venetië nagebouwd, inclusief kanaaltjes en gondels. Na het inchecken moesten we eerst door het casino om bij de liften te komen. Daar zaten ’s middags al talloze mensen achter de gokkasten en aan de poker- en Black Jack-tafels. Na de lift en een enorm lange, mooie gang kwamen we bij onze suite aan: niet normaal wat een luxe! 2 grote king-size bedden met een HD TV ervoor, een trapje naar beneden naar het lounge gedeelte met minibar en de tweede HD TV, gordijnen met afstandsbediening, een prachtige badkamer met TV nummer 3 en niet te vergeten een toilet met telefoon. We hadden uitzicht op de zwembaden op de 4e verdieping, de bergen in de verte en ander hotels, de één nog mooier dan de ander. Hier konden wij ons wel een paar dagen vermaken!

Las Vegas doemt op uit de woestijn

Eén van de vele prachtige hotels

De lobby van het Venetian

Venetië was in het klein nagebouwd op de derde verdieping

Uitzicht vanuit onze suite op het zwembad

De lounge hoek van onze suite

Heerlijke bedden

De badkamer was ook niet onaardig

Het bad kwam goed van pas
De avonden in Vegas waren stuk voor stuk onvergetelijk. We hebben twee keer Black Jack gespeeld, geld verloren, maar wel een paar uur gratis kunnen drinken (spelen = gratis drank). Op straat was ook van alles te doen en we liepen van bar naar bar met een ‘Cocktail Bong’ in de hand. De straten oversteken ging met behulp van roltrappen en voor ieder hotel was wel een show te zien. Eén avond belandden we in een gratis limo (Chevy Van uitvoering) die ons naar een club bracht, waar we ons nog tot vroeg in de morgen vermaakten. Vegas is zelfs voor Amerikaanse begrippen ‘over-the-top’ en het was dan ook een prachtige afsluiter van onze onvergetelijke reis.

Het Venetian van de buitenkant

Het casino van het Venetian

Caesars Palace: absurd groot en luxe

Hotel Casino Paris

Het Bellagio met de beroemde show met fonteinen
De laatste dag moesten we ’s morgens vroeg eerst de auto terug brengen en toen zorgen dat we de vlucht haalden richting Minneapolis. Vanuit daar ging een vlucht rechtstreeks naar Amsterdam. De vakantie zou niet compleet zijn geweest als we ook in Minneapolis nog even werden omgeroepen 10 minuten voordat het boarden zou sluiten. Dit keer was het niet onze fout, maar het was toch wel weer even schrikken. Na in totaal 12 uur vliegen en een tijdverschil van 9 uur kwamen we uiteindelijk bijna een volle dag later aan op Schiphol: moe, maar voldaan.
Deze 23 dagen durende reis zullen we nooit meer vergeten. We hebben ontzettend veel gezien en veel meegemaakt. Toch hebben we nog maar een klein gedeelte van het enorme land gezien, maar wel een heel erg mooi deel. Eén ding staat vast: ik ga sowieso nog een keer terug naar Amerika!